| Bloedonderzoek |
|
Wat is bloed? Het hart en het bloedvatenstelsel transporteren belangrijke stoffen door het lichaam. Zoals zuurstof, kooldioxide, voedingsstoffen, afvalstoffen, hormonen en warmte. Het bloedvatenstelsel zorgt ervoor dat bloed alle delen van het lichaam bereikt. Het lichaam wordt op deze wijze voorzien van zuurstof en voedingsstoffen en afvalstoffen kunnen het lichaam weer verlaten.
Het hart ligt op de bodem van de borstholte, net achter het linkervoorbeen. Het hart weegt ongeveer 4 kg en bestaat uit 4 compartimenten: 2 boezems en 2 kamers. Bij elke hartslag wordt er bloed door het hart gepompt. Het hart zorgt er ook voor dat er zuurstofarm bloed in de longen wordt omgezet in zuurstofrijk bloed. Een paard heeft in totaal 40 liter bloed. Organen als beenmerg, lever, milt en nieren worden niet alleen "gevoed" door het bloed, zij zorgen er ook voor dat de samenstelling van het bloed zo constant mogelijk gehouden wordt . Daarmee wordt direct een beperking van het bloedonderzoek aangegeven. Het lichaam probeert lang om bepaalde waarden binnen de zogenaamde normaalwaarden te houden, ondanks het feit dat het lichaam hier wel degelijk een tekort of een overschot aan heeft. Als voor dergelijke stoffen een duidelijk tekort vermoed wordt, dat niet via het bloedonderzoek ‘zichtbaar’ is kan urineonderzoek of onderzoek van een orgaan soms uitkomst bieden.
Naast een algemeen bloedonderzoek zijn zeer specifieke onderzoeken mogelijk om bepaalde vragen op te lossen. Voorbeelden hiervan zijn hormoonbepalingen, onderzoek op sporenelementen en vitaminen, en antistoffenonderzoek bij infecties. Hieronder volgt een toelichting op de meest gebruikte, en meest informatieve, bloedwaarden van het algemene bloedonderzoek.
Bij bepaling van het rode bloedbeeld gaat het over de rode bloedcellen (erytrocyten) die onder andere zorgen voor de aanvoer van zuurstof (bouwstof) en de afvoer van kooldioxide (afvalstof) in het lichaam. De waarde ervan in het bloed kan worden weergegeven door de Ht (hematocriet).
Bij bepaling van het witte bloedbeeld gaat het over witte bloedcellen (leukocyten) waarbij o.a. gekeken wordt naar het totaal aantal witte bloedcellen. Verhoging van het totaal aantal witte bloedcellen (= leucocytose) kan bijvoorbeeld bij een chronische ontsteking of bij bijvoorbeeld lymfeklierkanker (= leucose) optreden. Verlaging van het totaal aantal witte bloedcellen (= leucopenie) kan bij een heftige acute ontsteking optreden.
De nieren en lever zijn een goed voorbeeld van organen die zorgen voor het stabiel houden van de bloedsamenstelling. De lever zorgt ervoor dat een teveel aan lichaamseiwit wordt afgebroken en omgezet in onder andere ureum. Dit ureum wordt vervolgens door de nieren uitgescheiden met de urine. Is er twijfel over het functioneren van de nieren van een dier dan kan een ureumbepaling in het bloed uitkomst bieden. Een toename van ureum in het bloed (uremie) kan veroorzaakt worden door een onvoldoende uitfiltering van ureum uit het bloed zoals bij een probleem in de nieren (veroudering, verbindweefseling van de nieren) of een probleem in de afvoerende urinewegen (niersteen of tumor) dan wel door een te groot aanbod bij verhoogde eiwitafbraak. Bij het vermoeden van een leverprobleem wordt meestal gekeken naar een groepje enzymen dat onder andere veel in de levercellen voorkomen en die dus bij een leverbeschadiging vrij kunnen komen in het bloed. Pas als de enzymwaarden flink verhoogd zijn wordt hier, net als bij de spierenzymwaarden, betekenis aan gehecht. (Dit in tegenstelling tot waarden, zoals bijvoorbeeld het bloedsuikergehalte, die het lichaam constant probeert te houden.) Ook een verhoogde waarde van de galkleurstof bilirubine kan wijzen op
een leverprobleem.
Bij het bepalen van het eiwitgehalte of de eiwitfractie in het bloed wordt gelet op het totaal eiwitgehalte van het bloed en de verdeling ervan in eiwitfracties (albumine, α-, β-, en γ- eiwit).
Een bloedonderzoek kan 'op maat' worden samengesteld, wanneer u in bepaalde waardes geinteresseerd bent! Bel voor een afspraak: 06 - 410 480 73. |